Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

344

Opfeilen, betreffende de

de Heer N. zo ongelukkig geweest is! het is zo een eerlijk man! I3 er niets nieuw* 8'l Ik heb niets vernomen 9. Hebt gij zijn huis gezien? ik heb het gezien 10. Er is fchoon huisraad, en er is achter het huis een fchoone en groote hof. Wij hebben er in li geweest. Het is iet fraais 12. Er is in het midden van dien hof eene fchoone fontein geweest: ik wenschte wel, dat dezelve er nog warel

J de nouveau. 10 vue. 12 de beau.

9 apprendre, 11 y.

Over de onperfoonlijke Werkwoorden cest moi, enz,, en over me voici, enz.

ïk ben het, die hem 1 zeggen zou, dat hij wèl zou doen te komen. Zijt gij het, die mij komt bezoeken 2? ik geloof dat hij het is, die u dit verhaal 3 gedaan heeft. Wij zullen het zijn, die het verzekeren zullen, en waarom zouden zij het niet zijn, die het geloven zouden? Zijn het deeze Heeren niet, die met ons zullen gaan wandelen? Ik ben verzekerd, dat zij het zijn zullen, die ons die eer zullen aandoen. Waart gij het, die in den hof wandeldet, toen wij er in traden 4? Ik ben het niet geweest, maar het is mijn vader geweest, die aan den tuinier bevolen heeft 5, om de groote laan 6, te harken 7.

I lui. 4 entrer, 2 prét. 6 allee f. fa

3 venir voir. s ordonner. 7 ratelei>

3 rectt vi.

Ik wenschte wel dat zij het waren, die 1 \\ eene joede tijding 2 bragten 3! Het zal mijn broeder

N°. 1.

. 2,

1

3 nouvelle ƒ.

3 apporter, Pept.

Sluiten