Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

504 Over het gebruik der bijvoegende wijze,

XXXVIII. REGEL.

Het voegwoord que regeert de bijvoegende wiize na de werkwoorden rouloir, willen, exiger ei-' lenen demander, vraagen, vorderen, fouhaiter, Wenfcheu, défrer, hegeeren, verlangen, cmpêcher, Deietten, déjendre, verbieden, permettre, toeflaan ordonnex, commander, beveelen, gebieden, avoir pin, jaire en forte, zorg draagen, attendre, wachten, prter, bidden, Ilfuffit, het is genoeg, il faut, men moet, men is verpligt, ils'enfaut, het fcheelt, tl est tems,, het is tijd; en doorgaands na het onperloonhjke werkwoord U est, wanneer het een ad* jccttf bij zich heeft:

Je veux que vous y alliez, ik wil, ik begeer dat

gij er gaat.- b yexige,je demande je fouhahe, je dé f re que cela

je fasfe ikeisch, ik vorder, ik wensch, ik ^ begeer dat dit gelchiedc. * fè feraitout ce que je pourrai pour empécher au'il ■ ne-vtenne,, ik zal mijn uiterlte best aanwenden

om te beletten dat hij hier kome. Ne permettez pas qu'on forte, 11a niet toe dat men

uitga. r '•'

Le maltre, commande et ordonne qu'on f ta'Te de

nieester gebiedt, beveelt dat men zal zwijgen Atezjain, falies en forte, qu'on ne fen apfercoh.e

pas, draag zorg, dat men het niet merke Attendez qne je jbrte avec vous, wacht, ik zal met

u uitgaan. * ^

Jeprie Dieu, qu'il vous bénis fe, ik bid God, dat

hij u zegene. • ' ,

Ilfuffit, que nous lui aiotss fait voir het is genoe"-

dat wij hem aangetoond hebben. b> II faut, qu'on s'abftlenne du vice, men moet zich

van. de ondeugd aYhouden. ' 27 s'en faut beaucoup, qu'il foit riche, liet fcheelt

veel, dat hij rijk zij.

Sluiten