Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en over de Voegwoorden. 505

It est tems qu'on vous le dife, het is tijd dat mea het u zegge.

// est nécesfaire, que je Fen avertisfe, het is noo dig, dat ik hem daarvan verwittige.

Men ziet uit het voorgaande, dat het tweede ■werkwoord ne voor zich neemt, wanneer het eerfte werkwoord empêcher het voegwoord mie bii zich heeft. J

Het werkwoord twijfelen, douter, neemt in het Nederduitsch of, en in 't Fransch que na zich. dat de bijvoegende wijze regeert:

Ik twijfel, of hij, zonder uwen bijftand, zich zou gered hebben 1. je doute, qu'il etit réusfi fins votre fecours!

Heeft het werkwoord twijfelen een ontkenningswoordje bij zich,"zo moet het tweede werkwoord dat in de bijvoegende wijze ftaat, ook ontkennenper wijze uitgedrukt worden:

Ik twijfel niet, of gij zult goed gezelfchap hebben, je ne doute pas, que vous n'ayez bonne compagnie.

'Indien men verzekerender wijze fpreekt, zo wordt of na twijfelen ook wel door fi overgezet, en het volgende werkwoord in de toonende wijze geplaatst:

Ik twijfel, of hij komen zal of niet: je doute, s'il viendra ou non.

Het werkwoord vreezen, craindre, avoir peur. het voegwoord que na zich neemende, zo moet het volgende werkwoord ook in de bijvoegende wijze 'flaan-, en het ontkennings-woordje ne voor zich hebben, wanneer men verzekerender wijze fpreektpij voorbeeld:

Ik vrees dat het regenen zal, je crains qu'il ne ■ pleuve.

Ii 5

Sluiten