is toegevoegd aan uw favorieten.

Geschiedenis der Israëlieten voor de tyden van Jesus.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

David. «I. Boek. i.

Hoofdst,

4if5 GESCHIEDENIS der

tevens het zoontje van Mephiboieth, MÏ-* cha genaamd: wiens opvoeding des te meer' behartigd werd aan een hof, waarby zyn' vader zo in de gunst was.

't Was ook eene weldaad voor Sauls familie in het algemeen ; als die thans wel flegts uit éénen zoon en éénen kleinzoon van Jonathan beftond, maar zig door deezen weder fterk voortplantte en uitbreidde (*). Zo dat deeze, in laater tyden nog fteeds bloeiende (f) familie aan deeze edelmoedigheid van David te danken had,datzy,niettegenftaande de koninglyke waardigheid aan een ander huis gekomen was, in het bezit der familiegoederen gebleeven was.

De eer, waarmede Mephibofeth ten hove ontvangen en behandeld werd, herfteb de die ongelukkige familie reeds toen in luister en waardigheid. Al wie nog een aanhanger en vriend van dezelve was , moest in Davids handel wyze behaagen vinden; Den troon alleen uitgezonderd, genoot de erfgenaam van Saul al de eer, die hy voor zig begeeren kon. Doch den troon konden zelfs de voorftanders van Sauls huis, Mephibofeth naauwlyks toewenfchcn ; naardien hy, indien het hem al niet aan verftand ontbrak, egter door den ftaat van zyn lig-, ehaam belet werd tot bet verwerven van verdienften, die hem de reegering waardig of daartoe bekwaam maakten.

TWEE-

(*) i Chron. VIII. 35-40. '

(f) Inzonderheid door de talryke nakomelingen vari ülam, die als boogfchieters uitmuntten, 1 Chrono VIII. 40,