is toegevoegd aan je favorieten.

Geschiedenis der Israēlieten voor de tyden van Jesus.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ISRAËLIETEN. 155

zodanig te werk mogt gaan, als of het eene perfoonlyke belediging betrof, die de een den anderen ligtelyk vergeeven mag. Het betrof het welzyn van het volk en de eer der Godheid. Benhadad was niet zo zeer een gevangen van Achab, als wel van den God, die by deeze gelegenheid met zyne magt tusfchen beiden gekomen, en, toen Achab anders deezen vyand niet het hoofd durfde bieden, getoond had, dat hy zo wel een God der vlakten, als van het gebergte was. Wie deeze aanmerking uit het oog verliest , zal gewislyk deeze gantfche gebeurtenis geheel anders in zien, en den Koning voor een voorbeeld van edelmoedigheid , den Profeet daarentegen voor eenen geestdryver houden. De Bybelfche Gefchiedenis wordt wel meer dus behandeld. Maar Achab zelf moet zig met deeze gedagte niet zo ligt hebben kunnen gerustftellen ('t geen hy nogtans zou gedaan hebben, indien hy zig zeiven in dit geval van waare edelmoedigheid bewust was, en reden had van den Profeet voor eenen geestdryver te houden;) want hy keerde, misnoegd en ontevreden over dit Theokratifche verwyt, naar Samaria te rug, en verkoos voortaan liever door de hoflykere Priesters van Baal omringd te zyn, dan door de vrymoedige dienaars van Jehova,

't Ryk genoot nu weder vrede. Benhadad voldeed de voorwaarden gebrekkig; hy gaf niet alle de Heden te rug, die tot Israël behoorden. Achab en Ifabel dompelden zig op nieuw in de vermaaken en afgoderyen. r De

KONINGFN

van Juda en Israël. III. Boek.

II. Hoofdst,

Naboth; weigerende zynen wyr-" berg aan den Koning te verkoopen»t woidt op hcimelyktn