is toegevoegd aan uw favorieten.

Geschiedenis der Israēlieten voor de tyden van Jesus.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ISRAËLIETEN. 403

loosheid. Over 't geheel genomen, was Israël onder het beftuur van Jehu en deszelfs nakomelingen niet veel gelukkiger geweest , dan onder de regeering van het huis van Omri; want welk een fchitterend vertoon voor het uiterlyke het onder Jeroboam II. ook maakte (ten tyde van wiens grootvader Joahas de volkomene ondergang reeds onvermydelyk fcheen); voerde egter juist deeze welvaart de zedeloosheid en ongodsdienftigheid ten hoogften top. Die een eind van dit huis maakte, was Sallum,zoon van Jabes. Deeze ftond tegen Zacharias op, bragt hem om, werd zyn opvolger,

en bleef het ééne maand lang! (Deeze

en de naastvolgende ftaatsomwentehng, die Sallum van den troon ftiet, valt in het negen- en dertigfte regeeringsjaar van Koning Ufia). 't Baate Sallum niet, dat hy zig door een verbond verfterkte, waarvan, trouwens, de gefchiedenis flegts maar in 't voorby gaan fpreekt (*). Zynen moordenaar en opvolger vond hy in Menahem, zoon van Gadi van Thirza. Deeze ontmoette wel nog eenigen tegenftand, maar \vas egter zo gelukkig, na dat hy den mededinger, die hem Tiphfach (Thapfacus) wilde ontweldigen, overwonnen,en op het -gruwzaamfte mishandeld had, van zig tien jaaren lang in 't ryksbeftuur tehandhaaven. Uha beleefde ook nog het uiteinde vanMe•nahem, ja nog dat van deszelfs zoon en opvolger; en derhalven den eerften Asfyri-

fchen

(*) t Kon, XV. iS.

KoNINSEIf

van Juda' en Israè'L V. Boek, 1.

Hoofd stJ

Sallum re-' geert gethni.' rende ééne maand.

Mennliem naakt zig neester van 3e kroon, :n regeert :icn jaaren*