Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ISRAËLIETEN. 475

fchat des Tempels, noch zynen eigenen, om dit verzoek kragtdaadig ce onderfteunen. Deeze gefchenken en vernederingen hadden ten gevolge, dat de Asfyriër, welke zelfs buiten dien zo voordeelig eene gelegenheid tot het uitbreiden zyner ftaaten niet ligt voorby liet glippen , Syrië den Oorlog aandeed , Damaskus vcrov-erde , Rezin van kant deed brengen, en een eind maakte aan de Syrifche Monarchie , wyl hy de aanzienlykfte Inwoonders wegvoerde, cn aan den Kur verplaatftc (welken naam deeze rivier , die, van het westen komende, in de Kaspifche Zee uitloopt, by de Rusfen nog ten deezen dage voert,) cn ook., waarfchynlyk,in derzelver plaatseene volkplanting van Asfyriërs naar Damaskus zond (*).

Deeze Staatsomwenteling was door Amos (j) zowel als door Jefaïas (§) voorzegd ('t Geen de Bybelfche Gefchiedenis van de duurzaamheid deezer oude Syrifche Monarchie zegt, wordt door J o s e p h u s geftaafd met eene plaats uit Nicolaus Damafcenus, welke van dien Koning van Syrië af (*) , van wien in de gefchiedenis van David gewag gemaakt wordt, tot den laatften, tien opvolgers telt (i.).

Deeze omkecring der Syrifche Monarchie

was

(*) Dit laatfte is een byvoesfcl van Josephus, dog dat zeer veel waarfebynlykheid heeft, (f) Hoofdft. I. vs. 4, 5.

(§) Hoofdft. VII. vs. 16. VIII. vs. 4. IX. vs. rr. *

C+) Ad ad, Vergelyk Gefchiedenis van David D. I. bladz. 40 r.

(|) Aatiq Libr. VII. Cap. 5. g, 2, Eil. H.mrc.

Gf 4

van |i;t':j en Isracl. V. Bock.

II. Hoofosï.

Sluiten