Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Koningen van Juda ei\ Israël. V. Boek.

II. Hoofdst.

Wegvoering (Ier OverJorctaanlcheRammen naar Asfy-

476 GESCHIEDENIS der

was voor Israël en Juda, in meer dan één opzigt, gewigtig. Dc Koning van Asfyrië werd 'er hunne onmiddellyke nabuur door , gelyk dan ook het eerfte gevolg van dc verovering van Damaskus een inval in het Koningryk Israël was. Tiglat-Pileclér maakte zig meester van verfcheide Steden (*) van het Ryk der tien ftammen, vangchecle landfehappen; — van Galilca, het weidenryke Gilead, cn het gebied van Naphtali, Deeze wingewesten gevielen den Overwinnaar zo wol, dat hy ze nooit weder afftond. Om zig van dèrzelver bezitting te verzekeren, deed hy de Inwoonders grootdeels verhuizen, en zette 'er Volkplantingen uit zyn eigen land neder. De Chronyk zelfs (f) bepaalt deeze'tweede (§), Volks ver'plaatfin g niet enkelstot eenige landen over de Jordaan, maar ftrekt dezelve, met ronde woorden , tot alle de Óver -Jordaan fche ftammen . uit. Zy noemt zelfs dc gewesten, werwaards de Inwoonders* deezer landen vervoerd werden , (en daar zy ten tyde van den Schryvcr nog waren) Chalach, Chabor, Hara, en de rivier van het land Gaufan in Mefopökmiëi (Dezelfde landftrceken, daar ook' naderhand dc genen, die door Salmanasfarweggevoerd werden , zig hebben moeten nede<-zctten.) Pekah PiQest zig met het weinige , dat

hem,

(*) Zv. worden 2 Kon. XV. 29. opgeteld, (f) I Chron. V< 26..

($) Re eerlte ge&hlédde onder Phul, ten tyde yaft ^euahem,

Sluiten