Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ISRAËLIETEN. 479

huis, of hec nieuwe altaar' werd ingewyd; aan de brandöiferen en andere plegtigheden was geen eind. Ook was het zo weinig dub. belzinnig, aan wien deeze eer beweezen werd, dat, dewyl het koperen altaar van Jehova, dat tot hiertoe gebruikt werd, dit nieuwe in den weg fcheen te Haan , het eerfte, voor tegenwoordig, iets verplaatst werd. — „ Wat ik, in 't vervolg, met j, het oude altaar zal doen," fprak de Ko* ning, „ daar over zal ik my nog eens bedcn,-, ken." — 't Was egter niet zo ligt, om in een zo wel overeenftemmend geheel, gelyk de Tempeldienst, door Mofes en David ingeftcld, was, iets te veranderen, zonder dat^ het meerder veranderingen ten gevold ge had.

Het allergeringfte byvoegzcl der afgodery zelfs , veroorzaakte reeds eene wanftaltigheid der byzondere deelen. Achas ging in zyne eigendunkelyke veranderingen fteeds verder. Den Priester werd bevolen de morgen- en avondoffers zo wel voor den Koning, als voor het Volk, op geen au» der, dan op dit nieuwe altaar te verrigten, ook by alle befprengingen en wydingen zig alleen naar hetzelve te wenden. Veel ander geheiligd gereedfehap , dat by den Syrifchen afgodendienst niet te pas kwam (wegens den verfcheidenheid der zinnebeeldige toefpee. lingen) werd mede aan een zyde gefchooven, Van de zogenoemde koperen zee (of was. bad) werden dc mctaalen runderen, op wel, ken dezelven rustte, tot een ander gebruik afgenomen; het bad z.elf op den geplavei-

flén

KOKINGEW

van Juda en Israël. V. Boek.

n. Hoofdst.

Vcroorlóoft zl'l dK'Ci andere onwettige veranderingen in den heiligeg dienst.

Sluiten