Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOORREDE. v

houden moest; regels, 'tegen welken ik nooit opzetlyk gezondigd heb.

1. „ Men verplaatfe den leezer in de tyden „ en landen, toen en daar het verhaalde voor„ viel, opdat hy uit het oogpunt der alöud„ heid leere befchouwen , 't geen, volgens de „ hedendaagfche zeden en fmaak beoordeeld, „ meermaalen als laf voor komen, of voet moet „ geeven tot de zonderlingfte en valschte denk„ beelden".

Deeze regel mag nimmer verwaarloosd worden, 't zy men de gebeurtenisfen tracht op te helderen, of geloofwaardig te maaken, of op de regte waarde te, fchatten.

2. „ Men wagte zig door deeze gantfché gefchiedenis henen, dog bovenal, als zy aan

„ de leeringen der Israëlietifche of der Christe„ lyke Godgeleerdheid grenst , zo veel moge„ lyk voor allen invloed van zyn byzonder „ leerftelfel en der ftellige Godgeleerdheid".

Het opvolgen van deezen regel maakte fehier onvermydelyk, om zig by de zulkcn, die alles uit het oogpunt der ftellige Godgeleerdheid befchouwen, niet in verdenking te brengen, dat fommige ftofFen met te veel vryheid, en met te weinig agtneeming op de nu eenmaal vastge-

ftel-

(Pfalmen, zedekundige gefchriften , profeetifche vermaa«ingen , brieven J behandeld zyn , daarover heb ik my in de Voorrede voor de gefchiedenis van David en der Koningen verklaart. Gelyk ook reeds vroeger in dc Voorrede voor de gefchiedenis der Apostelen.

De leezer zal , zonder myne herinnering, wel bemerken, welke van deeze regelen , en in hoe verre dezelve ook op het twaalfde of laatfte Deel toepasiyk zyn, daai ik den bybel niet meer tot léidsman had.

* 3

Sluiten