Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«vin INHOUD.

doeningen. — De Samaritaanen verzoeken, deel te mogen hebben aan den bouw en het gebruik van den tempelm — Wat de Jooden bewoog, om dit verzoek af te flaan. — Deeze weigering voedde den wederzydfchenhaat, en was oorzaak dat de Samaritaanen uit al hun vermogen den tempelbouw zogten te ftremmen. — Dood van Cyrus. — Zyne 'verdiènften jegens de Israëlieten en hunnen Godsdienst. — Kambyfet, zoon en opvolger van Cyrus, is den tempelbouw niet gunftig. — Overlevering noopens Pythagoras. —■ Onder de regeering van Smerdis, of, Artafaschta , leveren de amptenaaren der nabuurige volken fchriftelyke klagten tegen ie Jooden in — Dit fchryven fluit voor eenigen jaaren den bouw des tempels, en de bevestiging der flad. "Esra II. vs. 68—111 en IV. vergel mccJosEPH. en de Apokr. Boek Esra.

DERDE HOOFDSTUK.

Haggaï en Zacharias. Onder de regeering van Parius, zoon van Hyflaspes, wordt de tempel voltooid.

Be toefland der natie ten dien tyde met betrekking tot de Theokratie befchouwd, — De Profeet Haggaï beflraft de nalaatighëid in het bouwen van den tempéf—■ Godfpraak noopens de heerlykheid van deezen tweeden tempel. — De Profeet Zacharias verjchynt byna ten zelfden tyde. '<— Gödsfpraak ten voordeele van Seruba£ei. — Schriftelyk berigt aan den Koning Darius, zoon van Hystaspes, wegens den bouw des tempels. — De lefcheidenheid noopens de vergunningen van Cyrus aari de Jooden, worden in 't archief te Ekrabana ge*

von°

Sluiten