is toegevoegd aan uw favorieten.

Geschiedenis der Israëlieten voor de tyden van Jesus.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ISRAËLIETEN. 199

van Babyion en de ondergang der Cha]deeuwfche Monarchie van te grooter gewigt, omdat dezelve juisc gebeurde op eenen tyd, dat de laatfte Koning zig aan de fchendigfte ontëering hunner heiligdommen fchuldig maakte, en ook de jaaren, tof hunne ballingfchap bepaald , ten einde liepen. Het inneemen van Babyion was voor hun het zekerde voorteken van hunne wederkeering naar het vaderland, en drukte het zegel op zo menige voorzegging, waarin hun , behalven deeze wederkeering, nog veeIe andere zegeningen , beloofd waren. In onze theokratiefche gefchiedenis onderfcheidt zig naauwelyks eene andere Monarchie dermaate zo wel door» haare grootheid , als door haaren val. Derzelver duurzaamheid (van den tyd af aan, dat Nebukadnezar den troon beklom, gerekend.) was omtrent even zo lang, als die van de ballingfchap zelve (*). 't Scheen dus, als of dezelve maar eeniglyk in magt geklommen was, om Israël, en de volken , waarmede Israël in verbond ftond, te vernederen; maar dan ook zelve weder op haare beurt verwoest te worden, zodra dit oogmerk bereikt zou zyn. En jnderdaad had Jeremias de opkomst en den ondergang van dit Koningryk uit dit ge^igtpunt befchouwd (f).

„ Een zeer bekrompen en partydig ge. „ zigtpunt", zal men denken; „ zou dan „ het Babylonifche Ryk eeniglyk om het

„ volk

00 Confer Usserium ad Ann. M. 3398 en 3467. (■f) Jerem. Hoofdlh XXVII. vs. 6-8.

JM 4

Regenten van Juda en Israël. II. Boek. 11.

HOOFDST.

omwenteling zo voor de Israëlieten , als mee betrekking tordeThegkratie.