Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Regerten van Juiia.' IK. Boek. IV.

hoofdst.

486 GESCHIEDENIS der

flegtfte te brengen, als men iets beters bad, was een blyk van kleinagting. ' Eeniglyk uit dit (aloude) gezigtpunt worden bier dé offergaaven befchouwd t ,, Als gy blind, „ verminkt, verwond vee ten offer brengt, „ zou 't verwerplyk zyn? Brengt zulks eens

aan uwen Vorst , en ziet , of hy het wel 5, opneemen zal. — 't Is dan beter geen

vuur meer op myn altaar aan te ftee-

ken! — Ik heb geen welgevallen in u,

fpreekt Jehova, uwe offers zyn my niet „ aangenaam. Onder de Heidenen wordt ,, myn naam verheerlykt ; ter myner ecre

ftygt de rook van wierook en reine offers „ in alle gewesten op. Onder de volken' „ der. wereld word ik hoog geagt, en gy „ ontë'ert my ! In uwe oogen is.niets te „ veragtlyk, om op myne tafel te verfchy„ nen ! — De geringfte vermoeijing (by

het bediening van myn altaar) is u té' „ lastig. Zulke vcragters, als gy zyt, bi en-' „ gen my liever geftoolen, verminkt, ziek „ vee ten offer! — .'En zulke offers zou3, den my aangenaam zyn ? — Vervloekt „ zy de man, die, daar hy gezond manne l „ lyk vee bezit , den Heere verdorven vee 3, ten offer brengt! — Ik ben een groote Ko3, ning, fpreekt Jehova, zelfs de Heiden„ fche volken hebben eerbied voor my1'.

Ten dien tyde was Israëls God reeds wyd rondom bekend. De Koningen van Perfië hadden meermaalen bewyzen van hunnen' eerbied voor denzelven gegeeven ; hem voor het Weezen erkend , aan 't welk zy hunne grootheid verfehuldigd waren , en •U!<: i . / i' |£ .i ■ 'AV. ter

Sluiten