Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ISRAËLIETEN. 489

„ fchaapën? Waarom zyn wy dan de €en jj den anderen ongetrouw , en verbreeken j, het verbond onzer vaderen ? — Juda wbrdt „ onttrouw tegen zyne godsdienRige gc„ meente (het heiligdom van Jehova) wordt 5, de man eener vrouw, die eenen vrcem,:, den God aanbidt''! ■— Dezelfde misdaad, waartegen Esra en Nehemia zo zeergeyverU hadden. ■ • ■ • ......

1 Deeze ongetrouwheid aan egtgenooten vart hun eigen volk, wordt met de uitroéijing der (by vreemde vrouwen verwekte) nakomelingen bedreigd. Ten minRcn zouden dezelven geen deel aan het heiligdom hebben ; dewyl, door deeze on regt vaardige verftooting der voorige egtgenooten „zelfs ,i hét altaar van Jehova met traanen over„ Rroomd werd, en met zugten, door het „ geledene ongelyk afgeperst". (Menig offer der zulken , 'die op zo cigendunkelyk eene wys verftootcn waren, werd, 't is te denken, met traanen befproeid.) ,, Jehova „ zóu 'er een eind van maaken, en dé ,, trouwloosheid flraffen , waaraan zy zig ,, tegen1 haare voorige vrouwen-fchuldig

maakten. Te vergeefs' beriep men zig „ op het voorbeeld van Abraham; (die ee„ ne flaavin ten bywyf nam) hy deed dit „ uit verlangen naar eenen nakomeling, ,, dien hem God beloofd bad. Maar hem 5, moest de mensch, om godsdienflige na„ komelingen te verkrygen, juist van egt-

verbintenisfen met uitheemfche vrouwen „ te rug houden. Men zou kunnen zegsj gen„ Jehova heeft de egtfeheidingen H h 5 „ toe¬

ft egentet» van Juda. iii. Boes'.

iv.

HOOFDST^

Sluiten