is toegevoegd aan je favorieten.

Romeinsche geschiedenissen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

94-

ROMEINSCHE

UT.

BOEK IV.

HOOFDST.

J. voor C

293J, van R.

459-

overigen daardoor in de war geraakten, deed deze pooging eene verkeerde uitwerking : zij bragt wel eene algemeene fchermutzeling voord, maar die zoo flaauw door de Romeinen werd aangehouden , dat de Samniten allengs moediger wierden, en hunne tegenpartij op de vlucht floegen. De nederlaag had ongetwijfeld deze lafhartige vlucht gevolgd, indien de Conful zijne wijkende benden niet vooruitgereeden was, en aan het hoofd eener ruiterbende voor den ingang der legerplaats ftaande haar toegeroepen had: „ dat zij dezelve niet, dan overwinnende, in zouden kunnen trekken, voor dat zij hem, die haar tegen zou houden, hadden om hals gebragt." De ruiters, die met gevelde lanzen de vluchtelingen afwachteden, dwongen het voetvolk den flrijd te hervatten. Gelukkig hadden de Samniten de vluchtende Romeinen niet kort genoeg vervolgd, om hun de herftelling hunner flagorde te beletten. Het zien dezer traagheid hunner vervolgers gaf voords den Romeinen moed, dien de Conful eindelijk tot het oude zelfsvertrouwen bij zijn krijgsvolk wist te verheffen, door openlijk