is toegevoegd aan je favorieten.

Romeinsche geschiedenissen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

96

ROMEINSCHE

III.

boek

IV.

hoofdst.

j. voor C.

293' J. van R.

459Een zegepraal aan atilius geweigerd.

RufelJae veroverd, en Voljinii Perufia ei Aretium tot een be ftand gedrongen.

zelf door atilius geheel in Hukken gehakt.

Zijn leger bij Interamna Ci^ agterlatende vertrok atilius om te Rome de keuze van nieuwe Overheden te regelen. Hij moest de ftad, tegen zijn verzoek, zonder zegepraal binnen trekken; zijne overwinning fcheen den Raad daar toe te veel bloeds gekost en hij zelf in het onder het juk laten doorgaan der Samniten zon. der eenig ander beding zijn loon reeds weg te hebben, (a)

Na dat zijn Ambtgenoot postumius in Samnium niet meer te vechten gevonden ihad-, was hij met zijn leger Etrurie ingetrokken , en had aldaar rijken buit gemaakt , de Etruriërs geflagen, de Stad Rufellae ingenomen en de drie magtigfle Heden van Etrurie, Volfinii, Perufia en Aretium gedrongen tot het kopen van eenen veertigjaarigen wapenftilfland voor eene brandfchatting van vijfmaal honderd duizend ponden kopers (3) voor elke Had.

Om

(1) Zie D. IV. bl. 487 Aam. (a) Liv. L. X. c. 32-36. (3) Te recht merkt liviüs (L. X. c. 37.) bij

het