Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

t) a vi d, VI. Boek. . IV.

hoofdst.

als godsdienftigedigter j

£22 GESCHIEDENIS der ben, dan David door zyne pfalmen, inreed lingen en overwinningen. ■ Wat de Pfalmen in 't byzonder betreft • c is waarfchynlyk, dat David derzelver kragtl daadigen invloed op den Godsdienst, welke duizenden van jaaren lang voortwerkte, en tegenwoordig nog werkt, reeds ten dien tyde door zulke proeven zal hebben geftaafd gezien , die het buiten twyffel fielden, dat hy het geloof in God een altoosduurend gedenkteken geftigt had; welk hetzelve zou voortplanten tot het laatfte nageflagt. En dus was dit werk voor hem nog op het fterfbed eene ftof tot vreugde. Zyne liederen waren reeds ten dien tyde in veeier mond; verfcheiden waren door middel der Levieten, die ze voor -het heiligdom zongen, onder het volk verfpreid. Gelyk Tyrtaeusdoor zyne liederen de vaderlandliefde inboezemde,, zo boezemde David door zyne pfalmen godsdienftigheid in; en wel op zulk eene wyze, dat het, op Israëls gefchiedenis en omftandigheden toegepast, ook die vaderlandliefde,welke voor deeze natie gefchikt was, op nieuw moet hebben opgewekt. Tot hier toe had men zig beholpen met de weinige gezangen, die van de tyden van Mofes cn de Regteren overgebleven waren; tegenwoordig was 'er zulk een voorraad van allerleië liederen voorhanden, dat 'er naauwlyks een gewigtige toeftand der natie of van byzondere perfoonen gevonden werd, waarvoor niet in de (ten dien tyde gewislyk nog veel kleiner) verzameling van liederen van David* en zyne vrienden gezorgd was.

Sluiten