Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ISRAËLIETEN. 5^5 als over Judea, en deed belydenis van den Joodfchen Godsdienst. Dog dewyl by geenzins zo driftig een yvcraar voor het JoQr dendom was, dat hy iemand deezen Godsdienst zou hebben opgedrongen, maar integendeel veele dingen deed en beval, die der Joodfehe naauwgezetheid mishaagden, zo behoefde het den Samaritaanen niet te verdrieten, dat zy onder zyn' fep ter Honden, dewyl zy altans gerust konden zyn, dat de Koning tusfchen hen en de Jooden geen partydig onderfcheid zou maaken; een Koning, die zelfs hunne hoofdftad , door Hyrkanus I. verwoest, fraaier dan zy eertyds was, deed herbouwen (*). Ten opzigt van hunnen Godsdienst had het allengs zo goed eenen keer genomen, dat zy, piettcgenftaande hunne onvolkomene aannecming van den Joodfchen Godsdienst, zig, zo 't fchynt, van den Mesfias nog gegron. der verwagtingen gevormd hebben, dan de Jooden zelfs (t).

Natuurlykerwyze, 't is waar, zou men pnderftellen, dat, dewyl de Jooden hunne leer, aangaande den Mesfias, niet eeniglyk, zo als de Samaritaanen , uit de boeken van Mofes, maar ook uit de fchriften der Profeeten ontleenden, dezelve dus ook volkomener en bondiger zou geweest zyn. Maar in dit ftuk werden de Jooden niet alleen

door

(*) Boven bl. 403.

(t^ ,. Etiam plebeios inter Samaritanos tempore „ Christi de eo refte fenfisfe , ipforum Judceorum l-, plerisque incomiptius, fermones mulieris Samar£-

«na;, jóan. 'IV. vè. 25. docent." Ernesti.

lis

Regentes? van Juda. VUI. Boek,

m.

Wat aanreïding gaf, dat derJooden denkbeelden van den Mesfias in *t algemeen te be; krompen waren.

Sluiten