Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

xxxiv KORTE INHOUD.

De plaats des Tempels daar deze Tbroon gefleït waare, was naby den Altaar, en wat door dezelve bier beteekent wierd. Bladz. 454

De reden waarom men de Serapbim voor geen Engelen kan neemen: als mede waarom zy boven den Tbroon geplaatst waaren, dat aan dienaaren niet past. - - . 456

Waaren gevleugelt ; maar niet met Oogen bezet als de Dieren. Reden daar van. 457

De afvaardiging van die Evangeliedienaar door de perfoon van Jefaia verbeeldt. En Wat de aanraking zyner mondt, door een der Serapbim met een Koole van den Altaar, te kennen geeft. 458

Men vindt hier in zeer veel overeenkomst met de bekeering van Saulus, Hand. IX. 459

De afbeelding der Cberubim en Serapbim byeen genomen , bevatten de zaaklyke inhoud van het Euangelium. a 466

Het fchynt door Jefaia niet verftaan te zyn, dat ' dit Gezichte zig uytftrekte tot den Euangeliedag, als aan zyn vraage vs. I I. te befpeuren is: in welker opzigt hem antwoord gegeven werd, aangaande het toenmaalige Joodfche Volk. ibid.

Dit Gezichte (temt overeen met dat groote Gezichte van Ezechiël Cap. I. het welk men als een vervolg van dit mag aanmerken. Wat het oogmerk van beide is. - - 461

Beftuit dezes Boeks.

V E

Sluiten