is toegevoegd aan uw favorieten.

Verhandeling over het getal des beestes. Openb. XIII: 18.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

46 VERHANDELING over'

bragt, en daar én boven ook juyst in drie leb teren zo als het door Joannes is opgegeven.

Dog over de laatfte fchryfwyze behoeven wy ons niet zeer te bekommeren, alzo het al van Ireneus tydt af, die in de Tweede Eeuw geleeft, en de eerfte fchryfwyze voorgeftaan heeft, door al die- tyden heen van de Kerk daar voorgehouden is, dat het door Joannes alzo is gefchreven als wy het thans nog in de Griekfche Text vinden , van het welke ïreï neus zegt „ dattet getal in allen ouden en

warachtigen Exemplaren alfo bevonden ,, wert, en ooc betuygen dat defelve die Joan•„ nes in defen leven gefien, en Gods Woort

van hem gehoort hebben, dat het getal der 3, beesten is, alfo als 'c de Grieken gerekent „ hebben, en gelyk de letteren die in ?t felve 5, boec befchreven werden" (Y). Het geeft echter 'te meerder zekerheid dat het aan beide de fchryfwyzen Voldoet, dewyl niemand zig dan kan behelpen met voor te wenden, dat het twyfelachtig is wat de echte zy, en gevolgiyk dat alle oplosfingen en uytreekeningen tot hier toe daar van gedaan, niets te beduydën hebben. Want het is buyten alle twyfel^

dat

* '00 Eureb. Pamph. K, H. Pol. 89. Vert. van A. v. d. JMeersch, blad/. 20. Vid. Vitringa, in Apoc. p. 626. by j. van Herwerden, Vertoog over Openb. XIII: 18. bladz» .79, 80. w