Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BENJAMIN FRANKLIN. 23

konde doen. Maar • op 't. gerucht., welk zij maakten in Frankrijk, werd de koninglijke Maatfchappij wakker, en den Heer franklin tot een harer leden aannemende , zonder dat hij 'er om gebedeld had, toonde diezelfde Maatschappij, dat zij billijk wist te zijn, dan zelfs, als zij ter voren onbillijk gehandeld had.

De Heer franklin, zedert twee jaren, lid' der Vergadering van Penfilvanie, werd in 't jaar 1754 belast te onderhandelen met de Wilden. Deze onderhandeling moest eenen gelukkigen uitflag hebben. , Zij fpraken, als hij, maar eene taal, die namentlijk van 't gezond veriland en de goede trouw.

Deze menfchen, die door de Europeanen hebben konnen bedorven worden, maar die zij niet hebben konnen befchavcn, hadden langen tijd hei voorwerp zijner, weetgierigheid en zijner opmerkingen geweest. Hen vergelijkende bij de Natie» van Europa, zag hij tot welk een punt de vorderingen der maatfehappij de zinlijke vermogens, van den mensch verzwakt, en deszelfs verftandeUjken vermeerderd hadden; hoe wij door de maatfchappelijke inüellingen dan eens bedorven en daneens volmaakter gtfworden waren; welke deugden* en ondeugden wij aan dezelven te danken hadden, op welk eenen verbazenden afftand de wond'eriiukken der konden, de omleidingen in de wetenfehappen, de pogingen der rede ons plaatftert van die menfchen, de naburen der r,aur.ir, daar-,, B 4 i1"-

Sluiten