Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

V£ VÓÓRREDEN.

ben, dekonften en weetenfchappen heeft doen bloeijen, en eene verftandige vryheid in denken zoo algemeen heeft gemaakt, dat zy zelfs tot op den geringften Inwooner van zyne Staaten invloed heeft. Onder zynen roemrugtigen Scepter heb ik gelegenheid, en aanleiding, gekregen, om my in dien ftaat de brengen, in welken ik my bevind, en myne gedagten te laaten gaan over het einde en oogmerk van My zeiven, en myne Medeburgers, over de Menfchen, het Nootlot, en de Voorzienigheid, in zoo verre

myne kragtren dit gedoogden. Voti rle GrOOten

deezer waereld heb ik altyd afgezonderd geleefd, en met hen heb ik geenen omgang gehad. Ik leefde altyd in het verborgen; nooit hadikeenigen luft, om my in het gewoel der waereld te mengen; nooit wierd ik door eenig beroep daartoe genoodzaakt; en ik ging alleen om met eenige vrienden, die met my den zelfden weg infloegen. In zulk een verborgen ftaat leef ik nog tegenwoordig, en zie met kinderlyk verlangen te gemoed, wat de hoogwyze, en genaadige, Voorzienigheid uit dit alles zal laaten worden.

Intusfchen ftrekt het my tot genoegen, met den Heer Dohm myne gedagten te laaten gaan over de beweegredenen, die een menfehenvriend heeft, om een gunftig oog te flaan op het aanneemen van myne Medebroeders tot Burgers; over de veelvuldige zwaarigheden, die zich daarby opdoen, en misfehien gedeeltelyk zelfs van deeze Natie in den weg zullen gelegd

wor-

Sluiten