is toegevoegd aan uw favorieten.

De verlossing der jooden.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3K *3 >$'

fione ante prcediBum diem Maji judicium fubeant coram voois, juxta formam prius inde ordinatam £ƒ provifam. Et ideo vobis mandamus, quod fines bujusmodi capiatis, êf prcemijja ficri, £ƒ obfervari faciatis in forma praiiiïa, Tejlt Rege apud Cantuar* Oclavo die Maji.

ZEVENDE AFDEELING.

Nu denk ik U voor dit maal, voor zoo verre dit in een brief kan gefchieden, omtrent alle Uwe tegenwerpingen naar genoegen voldaan te hebben, zonder aan iemand eene billyke klagt van beledigd te zyn, of rede tot ergernis, gegeeven te hebben. Maar, dewyl gy ook nog het een en ander begeerd te weeten omtrent het geen, waarmede ik my tegenwoordig bezig houde; zal ik maar alleen met weinige woorden zeggen, dat de kennis, en brief, wisfeling, welke ik zedert eenige jaaren met eenige voorname mannen in Engeland onderhouden heb, de eerfte gelegenheid tot de uitvoering van myn voorneemen geweeft is; Want daardoor kwam het my zeer waarfchynelyk voor, dat ik myn oogmerk zoude bereiken; dewyl zy verzeekerden, dat de menfchen tegenwoordig ons zeer genegen waren, en dat-wy hun op dit Eiland zeer aangenaam zouden zyn, en zeer wel ontfangen zouden worden. Toen voelde ik in my opkomen eene begeerte, en verlangen, om dit einde te bereiken, zoo dat ik reeds zeven jaaren lang zender ophouden door middel van brieven, en ook door andere middelen, met deeze zaak bezig geweeft ben, en alles heb aangewend, om myn verlangen vervuld te zien. Want ik ben van meening, dat onze algemeene verftrooijing eene zaak is, welke noodjzaakelyk moet plaats hebben, voor dat alles kan volbragt worden, wat God aan het Joodfche Volk met op-

zigt