Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

,14 De Krystalmaakinc

III. ; Afdeel

I. < Hoofd* .

stuk.

Eigenfchappender Zouten in 't algemeen.

Grondbeginzelen.

tal de oirfprong zyn van de Bergkryftallen ;n Edele Steenen , van zc veelerley Steengoed en , Spaath- en Gips-Kryftallen : om van de Schirls , Bafalten, Granaaten en derjelyke Lighaamea meer , niet te fpreeken.

Ik zal hier thans de Eigenfchappen opgeeven, welke aan alle waare Zouten gemeen zyn: naamclyk

i. Zy ontbinden zig alle, t'eenemaal; fomnigen vaardiger , anderen langzaamer ; in zekere bepaalde, voor 't ééne grootere, voor 't andere kleinere, veelheid van Water. 2.Zy komen,door uitdamping hetVogt verminderd zynde, uit de Solutie wederom in hunne voorige gedaante te voorfchyn, dat men Kryftalfchieten noemt. 3. Wanneer zy in Water ontbonden zyn, worden door dit Vogt ook andere Stoften, die in enkel Water niet fmeltbaar waren , opgelost. 4. Zy geeven Smaak aan 't Water en alle Waterige Vogten. 5. In Olie zynze , op zig zelve, niet ontbindbaar. 6. Zy branden niet in 't Vuur. 7. Hunne eigentlyke zwaarte is grooter dan die van Water. 8. In 't Vuur fmelten eenigen ligter, anderen bezwaarlyker en vloeijen dan zo dun als Water.

Zo men op de Scheidkonftige Begwelen der Zouten acht geeft, zal men bevinden, dat hunne Grondftoffe eene zeer fyne Aarde zy , van eene Kalkachtige en meer of min Loog-

zou.

Sluiten