Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

III.

. Afdeel XXII. HooïDSÏUK.

Beden kingen over den oirfprong.

494 Oï PtitiBA»

„ 3. Doordien zy niet ontbindbaar is in dé '„ Mineraale Zuuren, buiten 't Koninglyk „ Water: 4* waar mede zy de Kleur bekomt „ van Goud s 5» Door haare belïendigheid „ in de Kroes, Zelfs in de fmeltingen met

Lood en Antimonie, hoewel die beide Me* „ taaien 'er naderhand niet volkomen afge-

fcheiden kunnen worden." Zyn Ed» verbeeldt zig derhalve , dac de Natuur , in 't Voortbrengen der Metaalen , als trapswyze van het weekere en vlugge Kwikzilver voortgegaan zy, en eindelyk, in dit allerhardfte en allervastfte Witte Goud, tot den eindpaal gekomen zy van haar Vermogen. . Zonderling, nogthans is het, dat zyn E(L dit Metaal , zonder twyfel, ftelt voortgeko* men te zyn uit Goud-Ertfen en Goudhoudende Steenen, onder derzelver fyn wryving in de Amalgameer.Molens , daar van afgefcheiden en op die plaatfen opgehoopt 5 't welk niet alleen de glanzige als gepolyst Schubbetjes, maar Ook de vreemde dingen, daar on* der gemengd , zo Zand- als Kwarts - Spaath en Yzerkorreltjes, gelyk ook het aankleevende Mercuriaale en eenig Goud, bewyzen zouden: voegende daar by. „ Ook is het on„ mooglyk, dat dit Metaal op die plaatfen zou M kunnen voortgebragt zyn." De plaatfen , door zyn Ed. genoemd, zyn , de Oppervlakte der Aarde, in de Provincie Choco van

p<r«

Sluiten