Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

■ ö e opvöedin g. 35

ging tot het geluk en de eer zynês OpvoedeJJngs te leiden. Eerte zodanige zotheid kan fterk genoeg worden, om ons op den doolweg te brengen, en beneden ons zelf te doen. dalen; maar zo eene drift kan ons nimmer dan tot het grote opleiden. De eerfte is in ftaat', om ons tot de groötfté dwaasheden j immers in de vürïgfte oogenblikken , te vervoeren : de laatfte kan ons alleen bewegen tot daden/, waar in beftcrtdighéid nodig is. Die Vrouw j die tot haren miiuiaar zeide: wees twee jareh fpraakloos; en gehoorzaamt wiérdt, die vrouw kon gerust zyn, dat zy bemint was, niet flegts eene grillige drift hadt opgewekt; En wat kan men niet verwagten van eene neiging, waar voor wy alleen in de kragt onnes levens gew fchikt zyn ? van eene neiging, die de verhoogde inbeeldingskragt voortbrengt, en die doof de achting en de vriendfchap zo aangenaam j zo vast, als heftig gemaakt wordt.

Ik weet v/él, dat men een vérachtlyk voorwerp driftig beminnen kan, maar dit ongeluk valt alleen dwazen, ©f zeer zwakke, of in zich zelf zeer verachtlyke mannén tén deele; of tert ware dat men zich in zyne keus waarlyk bedrogen hadt. Het is daarom allernoodzaaklykst, dat een Jongeling met eene rVntafte niet begint, die hem te gelyk zyne keurigheid en zyne goede beginzels zoude ontnemen. EeJXW. DEEJ,. C T3«r

Sluiten