Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OVER EET ZIEN. gl

wordende het voorfte gedeelte druifvlies (uvea) geaoemd, terwijl het achterfte den naam van vaatach^ tigen rok (choroides) behoudt.

Het voorfte gedeelte neemt haaren aanvang ter plaatze daar het hoornvlies begint; het hecht zich daar fterker aan het hoornachtig bekleedzel, door eene celachtige zelvftandigheid, maakende daar een foort van fmallen witten kringswijzen rand: hier ter plaatze fcheidt zich de vaatachtige rok van den hoornachtigen af, en verandert zijne richting, keerende, of liever voudende zich aanftond inwaards , naar den as van het oog, fnijdende het oog, als het ware,overdwars:in het mid-» den van dit gedeelte is een rond gat , oogappel, of gezicht van het oog genaamd.

Zo dra dit gedeelte van richting veranderd is, wordt het niet meer met den naam van vaatachtigen rok beftempeld; maar de voorfte oppervlakte, welke in verfchillende voorwerpen van verfchillende kleur is, draagt den naam van reegenboog (im); de achterfte oppervlakte heet druifvlies (awa), wegens de zwarte kleur met welke zij gedekt is. — De reegenboog heeft een zacht fluweelachtig aanzien, en fchijntuit dunne regelmaatig gefchikte vezeldraaden te beftaan , die alle naar het middenpunt van den oogappel gericht zijn,

De oogen worden gezegd blaauw, bruin, enz. te zijn, naar de kleur des reegenboogs. — De meest algemeens kleuren zijn het licht bruin, en blaauw, en zeer dikwijls B j vindt

Sluiten