Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ft SELICO.

ftil verruilde, om dat zij veel fchooner waren, of inde boomcn klom en van onze kokosnooteu plukte , die ik dan (til op at en , als 'er na gevraagd wierdt, zeide , dat dc napen het gedaan hadden, ach ! dan kon ik immers niet goed flaapen, voor dat ik de waarheid gezegd en vergiffenis van mijne moeder bekomen had. (hij gaapt weder.} maar, wat ftaa ik hier te gaapeu , ik moet mijn geitje gaan melken , de oude vrouw zoude anders wel opltaaa en haare melk niet gereed vinden.

(Hij loopt fpringende heen.')

TWEEDE TONEEL.

r; u b e n i , met eenen hoog in de hand en ledigen pijlkoker op den rug : hij komt uit het bosch van cene andere zijde, gaat eenige maaien op en neder, fchud het hoofd, en toont eene misnoegde houding.

Foei - foei! voor zulk een oud jager als ik ben, zo lomp mis te fchieten — neen waarachtig, dat kan 'er niet door, dien tijger had ik moeten hebben. ( Hij gaat weder op en neder , beziet defnaar van zijnen boog, en beproeft of die wel genoeg gejpannen is.) Neen, neen ! daar hapert het niet aan. Wanneer wij iets kwalijk doen, zoeken wij gemeenlijk de Gehuld op liet werktuigje leggen,

"en ons zeiven ie verfchoonen. Bijzonder is

hel toch , dat de mensch dikwijls genegen is zich te vleien , en zijne gebreken voor zich zeiven te . verbergen. (Eene kleine ftilte.) Dees dag begint voor mij .ongelukkig — ik voorfpelle mij niet veel goeds — neen, dat is mij nog nooit gebeurd * reeds

Sluiten