Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3a SELICO.

ten, O ! de verliefden hebben zulke zoer-

vloeijende toonen.

BERISSA.

Gij fpot 'er mede — maar ik vreeze . . .

selima.

Wat vreest gij, dat hij u niet genoeg bemint?

berissa.

Neen ! dat vreeze ik niet , van zijne liefde ben ik wel verzekerd — offchoon zijn mond zweeg zijne uogen zeiden mij alles.

selima.

TTa - ha ! meisje ! verflaat gij die taal ook al? maar nu, al* hij u bemint, wat hebt gij dan meer noodig om gelukkig te zijn ?

berissa.

De toeftemming van mijn vader.

selima.

O uw vader is een goed en toegeeflijk man .

en (zij zegt haar aan het oor) wii vrouwen weeten immers altijd wel raad, om het hart eens gevoelden mans re winnen een Voetval - een

traan - een kusch - kom - kom ! dat zal wel gaan.

b e r i s s a.

Miin vader is wel goed, doch omtrent onze afkomst denkt hij in het geheel niet onverfchillig - —

Sehco is niet van het bloed der Puesteren

ach! hij zal het nooit toettaan, vreeze ik.

s e l i m a.

Dat is wel lastig , als men eikanderen buiten

dat

Sluiten