Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BELOFTE MAAKT SCHULD. 23

' JULIE.

Dat is heerlijk!

DE BARON VAN RUMBERG,

Twee dcezer Heeren zijn nog jong , doch de

derde__is reeds eenigzins op zijne jaaren. ■

Zij zijn alle drie mijne vrienden , en élk derzelve fchenk ik met genoegen mijne dogter en ook eenmaal mijne goederen. In het kort :' die gecne , dien gij u verkiest , zal mijn fchoonzoou

worden ; doch let hier wel op ■ . van deeze

drie moet gij 'er volftrekt eene kiezen.

JULIE.

Ik mag derhalven flegts éénen kiezen ?

DE BARON VAN RUMBERG.

Gewis, flegts éénen. Zijt gij dan zo onnozel, dat gij niet weet, dat men hier te lande niet meer dan éénen man tevens heeft ?

JULIE.

_ Ja , dit heb ik wel eens gehoord , maar het is immers thans de mode , dat men meer dan éénen heeft. De Graavin van Silberberg , waar ik eergisteren op gezelfchap was , heeft 'er wel zeven, en de Barones van Schoonthal eenentwintig.

DE BARON VAN RUMBERG , ZClgt.

Hoe langer , hoe onnozeler ; doch een weinig meer van nabij befchouwd , egter ook de volkomen waarheid. (Luid.) Neen, dogter! zulk eene mode moogt gij geenzins volgen, Gij erlangt flegts éénen man, en moogt ook^legts éénen beminnen. Doch , om weder tot de zaak te komen, B 5 uwe

Sluiten