Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOONEELSPEL. 15

arthur.

Ach! kunt ge denken Dat ik in *t allerminst uwe eer zou willen krenken, Of haar beledigen ?

dulin.

Wat hoop voed dan uw zin?.. I Maar, 'k zal vertrekken met myn dochter, om die min..»

(Hy wil vertrekken.'} arthur, de band van Dulin neemende om bem te weerhouden. ; Hoe! gy, Mynheer ! Neen... neen...

dulin, bem met firengheid en fmart afwyzende.

Verr' dat my uwe ontroering Weêrhouden zou, wekt my uw dwaaze driftvervoering Tot dubblen fpoed. 'k Bleef hier, dit weet ge, alleen omu; i Om u, ondankbaard en wie anders is het nu Dan gy, die my van hier verjaagt? I (Arthur wil de band van Dulin weder neemen, die dezelve terug trekt.)

Laat af! geen fmecken-

Verandert myn befluit. I (Arthur gaat, overwonnen van droef beid, aan de I tafel zitten. Dulin wil vertrekken. Karei, ingehmen zynde, en bem ziende, fpoed ziet) over het Tooneel.)

Z E-

Sluiten