Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

32 de VRYHEID

Natuur heeft hem gantsch vry opd'aardboóinneêrgcfteld: Dus, hy die d'eeveninensch tot flaaven tracht te vormen , Wecrftreeft Natuur ,en tracht Gods fchikking te beftormen. Hy beeve, zo die mensch, wien hy thans knelt en boeit, Wars van zyn flaverny, door wraaklust éénmaal gloeit. Hy, die weleer het recht zyns naasten niet waardeerde, Verdient, dat niemant ooit hem of zyn rechten eerde ; Hy is by God en mensch meêdoogenheid onwaard', En flechts een geesfel voor den ftervling,op deeze aard'.

Een koning, die tot heil zyns volks moest medewerker;, Die al zyn daaden tot dit doelwit moest beperken, Waartoe Voorzienigheid hem fierde met een kroon, Hem haitren fcepter leende, en plaatfte op haar en troon . Om, als een vader voor zyn kindren, .zorg te draagen , Doch 't volk doet kluistren aan zyn' gulden glori wagen ;, Zyn' evenmensch gelyk een Dwingeland beveelt, En nooit in 't lyden van zyne onderdaanen deelt, Maar zich verlustigt in het bloedig zweet dermenfehen, Is, als een pest voor 't land, van ieder te verwenfehen; Verdient dat de onderdaan hem ongehoorzaam zy, En middler. uitdenk' tot bedwang der Dwinglandy. Een koning mag het recht der volken niet verkrachten ; Een koning moet het leed des onderdaans verzachten; Een koning, fchoon hy draag' den diadeem van 't ryk, Wierd door Natuur gevormd den minden flaaf gelyk : Ily moet eerbiedig 't recht des volks ter harte neemen, Wil hy de harten van zyn volken niet vervreemen , Of tot weérfpannigheid in 't eind doen overfiaan,

Hj

Sluiten