Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VI

Voorrede.

weelde, en met haar het verderf der zeden ten hoogften top gefleegen. -De oude Romeinfehe deugden waaren geheel en al verdweenen, en reeds ten tijde van Cicero zag men geene Romemen meer. De ontaarte Romeinen gaven hunne vrijheid, voor welkers bewaaring hunne Voorvaderen fteeds alles gewaagt hadden, gewillig ten besten, en gehoorzaamden éénen Heer. Onder deezen wierden 'er in een tijdvak van verfcheidene eeuwen maar weinigen gevonden , die den throon waardig waaren, er» begeerte of genegenheid hadden, om iets in het gering/reten nutte van hunne landen en volkeren te bewerken. De meesten waaren of wreede en bloeddorftige tijrannen, of in de grootfte zorgeloosheid verzonkene wellustigen, en roeenigwerf menfchen van geringe afkomst, die van de plichten eenes beftierders in het minfte geene begrippen hadden. Daar bij kwam nog de onzekerheid der duurzaamheid van hunne heer< fchappij. De meesten hunner baanden zich door een oproer of door andere geweldige middelen den weg tot den throon, en de wijze op welke zij daar wederom van beroofd wierden, was gewoonlijk zeer overeenkomftig met die,

waar

Sluiten