Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GESCHIEDENIS

D ER

MIDDEL-EEUW

VIERDE BOEK.

Zedert het uitsterven der mannelijke saxische keizerlijke en koninglijke stam in duitschland, tot op den dood van keizer lotha* rius den II.

Van het Jaar 1024 tot 1137 (113 Jaaren.")

L

][VIet Keizer Hendrik den II dié met zijne Gemaalin Kunigunde in eenen onthoudenden echt geleefd had, was de mannelijke Saxifche - Keizer en ' Koninglijke ftam geëindigd, dewijl zijne beide jonger broeders, Bruno en Arnoldtax den geeftelijken ftaat waaren overgegaan. De Franken, die zich zelven als het voornaamfte volk, onder de Duitfchers aanmerkten, hadden niet zonder wangunst,

de

Sluiten