Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

M I D D E L»E E U W. 233

de heerfchappij in handen van de Saxen gezien. Thans fcheen hier in verandering te zullen komen. In de, na eene tusfchenregeering van agt weeken, daar op gevolgde verkiezing kwamen twee Frankifche Vorsten Coenraad den oudjlen en Coenraad dsa Jonglicn voornamelijk in aanmerking. Zij waaren broeders zoons, en flamden bei Jen, van vrouwelijke zijde, van Otto den I af, wiens dogter Luitgard, gehuwd aan Coenraad Graaf van Worms en naderhand Hertog van Lottharingen, hunne overgrootmoeder was. Aan den eersten gaf zijne deugd en oprechtheid, en aan den anderen deszelfs magt, dewijl hij Hertog in Franken was, den voorrang. Beide waaien zij onderling overeengekomen, dat voor hem, die de meeste Hemmen zou hebben, den anderen zou wijken. De meesten , ja bijna alle de ftemmen vielen op Coenraad den oudjlen (i), die door de oude gefchiedfchrijvers, algemeen den 'Sajier genaamd word; mogelijk om dat hij een Frank was, dewijl onder dezelven de Saliers eertijds als de voornaamfte ftaa» aangemerkt wierd.

..II. _ ^ / j

Na dat hij de Duitfche Kroon ontfangen had, zogt hij ook de Italiaanfche en de Romeinfche te

ver-

0) Wippo in Vita Conradi Salici ap. Pistor Tom. III p. 425, 45Ö.

1024. Sept.

Sluiten