Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tg KERKELYKE REDEVOERING.

ULA.lt

Joopen waren, — als ik my nogmaals verbeelde het fchroomelyk gevaar, waar in onze van den oorlog onkundig :zynde Zeelieden zich bevonden , en yder oogenblik

bloot Honden om in 's Vyands handen te vallen;

als ik overweeg , hoe wy op dien tyd met reden beducht waren, dat onze ganfche Zeemagt geheel verbrooken, en de zeenuuw van deeze plaatie als in een

oogenblik zoude afgefheeden worden ; als ik my

herinner de angftige zuchtingen, de bittere klagten, de zilte traanen , die veele uwer wegens de hachelyke omltandigheden , waar in hunne beminde Vaders, lieve Echtgcnooten , onnoozele Kinderen, en waarde Bloedverwanten zich bevonden , hebben uitgeftort; voorzeker dan word myne Ziel nog ontroerd in my, en myn geelt, by na overftelpt van droefheid. Toen gewis was het uitzicht voor ons Maasfluis geheel duifier j wy fcheenen gekoomen aan den oever van ons verderf; baaren des doods hadden ons omvangen; banden der helle knelden ons. Ü. Wel is waar, dat wy door de voorzorg en onvermoeide vlyt van de Heeren Boekhouderen en derzelve Gecommitteerden tot de zaaken der VilTcherye, die ook hierom allen lof en roem waardig zyn, eenige hoop konden fcheppen, dat onze Zeelieden door eenige afgezondene manfchap gewaarfchuwd van den Oorlog, het dreigend gevaar nog in tyds ontvlieden mogten, maar eene hoop, die hoe ftreelend ze ook was, en door de behoudene aankom!! van het eerfle fchip op den 31. December van het voorige jaar nog vermeerderd werd, evenwel vergezeld ging met de grootile vreeze, voor al federt men bericht kreeg, dat de vyandelyke Scheepen niet alleen op onze kullen gezien waren, maar zelve fommige van onze Zeelieden nagejaagd en vervolgd hadden. O hoe veel rufleloofe dagen en flaapeloofe nachten werden er op dien tyd van veele uwer niet doorgebragt, toen gy dagelyks naar de te rug komfl van uwe Vloot reikhalfende uitzaagt, en als in duizend vreezen waart

voor

Sluiten