Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL. 13

TWEEDE BEDRYF.

EERSTE TOONEEL. Palmire, Seïd.

WPalmire. at Engel voert u hier, daar ik in ketens kwyn? Zyt gy het, Seïd! Zou myn leed geëindigd zyn?

S E ï D.

6 Lust myns levens, die, in al myne ongenugten, Het eenig voorwerp waart van myn gebeen en zuchten Siuts dien bedroefden dag, toen 's Vyands yzren vuist U rukte uit mynen arm, van (tof en bloed begruisd, Daar we aan den Saïbar met onze krygsmagt (tonden! Hoe heb ik, uitgeftrekt op dooden en gewonden, Aan dien gehaatcn (troom de dood om hulp gebeén, Terwyl die wreede doof voor myne klagtcn fcheen! In welk een' poel van fchrik, wanneer ik, overrompeld, Palmire derven moest, heeft my uw nood gedompeld! Hoe wekten liefde en vrees myn raazend ongeduld, Omdat myn wraakzucht zich niet ylings zag vervuld! Hoe drong ik 't (tormen aan op deeze onzaalge wallen! Hoe wenschte ik naar den (try d, en brandde om aan te vallen, En Mecca, 't welk in u zo fchoon een' buit bekwam, Met myn bebloede vuist te zetten in de vlam! Manr thans zondMahomet, wiens oogmerk, hoog te looven, Altoos 't bepaald vernuft der menfehen (treeft te boven, Held Omar naar deez' wal. Naauw' hoor ik deeze maar', Of vlieg hem achter na. Men eischt een' gyzelaar; 'k Treed toe; ik bied my aan en mag myn' wensen verwerDus zal ik hier met u gevangen zyn of (terven. (ven.

Palmire. Getrouwe Seïd, pas voor dat gy 't hevigst leed Van myn vertwyfling door uw komst bedaaren deed,

Wierp

Sluiten