is toegevoegd aan uw favorieten.

Tooneel-poëzy van het kunstgenootschap Oefening beschaaft de kunsten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOONEELSPEL. 21

Kost my dat Land niet!

Ferdinand.

Ter voltooijing myner ftraf Nam zelfs de woede my myn écnig Zoontje ook af, En liet het verder in een klooster naauw bewaaren. Een veelbeloovend kind, een Knaapje van zes jaaren. Die Zoon, die mooglyk eens het wraakzwaard opgevat En myn verdrukt Gezin vertroost, verheven had. ..

Elviro, ter zyde. Wathoorik?..Hemel!...aeh!waarbenik?...welketeeknen

Ontdekt myn zyn gezicht!... .

Ferdinand.

Maar dien'k reeds dood moet reeknen; Die zekerlyk voorlang rampzalig omgebragt, En als een offer der vervolgzucht wierd geflagt. Ik moest hem aan den haat myns vyauds overlaaten. Een fchriftlyke opgaaf van het goed dat wy bezaten Stelde ik in handen van myn bloedverwanten ; maar....

Elviro, ter zyde. Ach welkeen' flryd van vreugde en angst word ik gewaar In myn gemoed! Ik kan my-zelven naauw' betoomen.

Tegen Ferdinand, met drift. Maar,zegmy,hebtgyniets,nietsvandienZoon vernomen? En hy, weet hy ook niet wat rampfpoed u hier kwelt?

Ferdinand. Neen. Niemand heeft my in myn ballingfchap verteld Dan eene ontroostbre Vrouw, een teergeliefde Gade.

B3 Zy