is toegevoegd aan uw favorieten.

Tooneel-poëzy van het kunstgenootschap Oefening beschaaft de kunsten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B L T S P EL. ic7

zyne Excellentie verholen.

Men boort van verre trommelen. Therezia, tegen Margareta. Moeder! Daar word getrommeld. Nu verneemt elk

dat Vader <niet heeft gettole». Wat ben ik blyd!

M arc ar eta.

En ik, myn kind ! de hemel heeft myn gebeden verhoord.

U RSEtLI.

Waar zyt ge vandaan, Wouter?

Wouter.

*k Denk met zyne Excellentie uit het zelfde oord. *k Hoorde althans in myn geboorteplaats dikwils van 't

Graaffcbap Urfelli fpreeken. 'k Zag nooit iemand, wiens fpraak en houding naar die

myns Vaders zo wel geleeken: Ja 'k ontlteldc toen ik u zag. Hy moet naar u zwcc-

mcn, zo hy nog leeft. Die waarde Man! ach! ik bemin hem nog, hoewel hy my verftooten heeft.

Urselli, ter zyde. Zou 't mooglyk zyn ?

Tegen. Wouter. Hoe heette uw Vader? Wouter, aarfelende.

Myn Vader?...,

Zo 'k my oprecht zal uiten, Was,... de Graaf van Monlo.

Urselli, ont[l.e!d.

Monlo!

Hy en Wouter zien eikanderen met cplettendbeid aan.

Monlo ! Hemel!

hoe diep zvn uw bef]uiten!

Hy valt Wouter om den beds. Myn Karei! omhels uw' Vader. Ik ben Monlo. ■ Wou-