Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B L T S P E L. 9

Hy treed naar Carolina. Mevrouw! gy zyt in diepe gepeinzen.... Carolina.

Vergeef het

my Baron. Ik ben myzelf niet. Zet u.

Baron, zich aan baar zyde zettende.

Ik beklaag u.

Uw ongeluk is grooter dan ik my verbeeldde; fchrikkelyker dan gyzelf zoud kunnen denken. Carolin a, tegen Charlotte eenigzins verfioord. Maar, Charlotte!... waarom ?....

Baron.

Wees niet te onvreden, Mevrouw. Ik zou 't buitendien wel gehoord hebben. Waarom zoud gy my uw vertrouwen geheel niet fchenken!

Hy ziet baar medelydende aan en vervolgt zuchtende. Lieve Vriendin! hoe blyde waare ik indien uw ramp

alléén door Frodenwals misleiding ontflond ; Of uit Pips ongeduld voortfproot. Maar.... ik beef

zo myn vermoeden op waarheid is gegrond. Carolina. Welk een vermoeden ?

Baron.

Verfchoon my; het wierd mogelyk uit misverftand geboren.

Carolina. Mynheer, gy deed my gisteren reeds eenige duistere,

afgebroken woorden hooren Die'my geenzins onverfchillig waren. Toen gy my verliet waart gy ongerust en ten eenemaal bedeesd.

En heden.... ik bid u, ontdek my !

Baron.

Mevrouw, 't is

van geen belang. Misfchien is 't Hechts een nietsbeduidend vermoeden geweest.

A 5 Ca.

Sluiten