is toegevoegd aan uw favorieten.

Tooneel-poëzy van het kunstgenootschap Oefening beschaaft de kunsten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B L T S P E L. 89 DERDE TOONEEL. Pips, Charlotte.

Pips, Charlotte, dienaar heneden wilde gaan,

Dte gemoet komende. aar is myn Poppetje! jemeny! wat is 'er gaans ? je fchynt zo vrolyk te zyn van zinnen.

Charlotte. Och, lieve Pips! dat ben ik ook; dat zyn wy altemaal:

onze droefheid loopt nu ten end'. De vreemdeling, die in die kamer logeert en onze

Heer maar ik heb geen' tyd.... alles word u

haast bekend.

Ik wilde naar beneden gaan en u zeggen dat die vreemde Heer by ons zal eeten.

Pips.

Dat is wel, dat is wel. Maar.... waarom zyt ge al. ■ temaal zo vergenoegd ( Dat wilde ik gaarne weeten. Coenraad ookl... ik weet niet waar ik aan vast ben, noch wat ik 'er van denken zal.

Charlotte. Kom, kom, gaa jy maar heen. Je zult naderhand alles wel gewaar worden.

Zy gaat in de kamer van Dormin. Pips.

Dat volk is toch duivels mal, VIERDE TOONEEL. Coenraad, Pips.

Pips, tegen Coenraad, die uit de kamer van

HDormin komt. é ! dat is eene drokte!... zo driftig, Monfieur Coenraad ? uit wat oorzaak is die haast toch gerezen ? Coenraad. Uit blydfchap; loutere blydfchap,

F S Vips.