Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NEGENDE BRIEF.

143

de overtollige feestdagen ? Het is eene treurige waarneeming, dat de hedendaagfche Nederlanders, ook in deze deugd, derzelver voorvaderen niet fchijnen te evenaaren. Over 't algemeen beftaat de Nederlandfche naarftigheid minder in eene vlugge werkzaamheid , dan volharding; meer daarin, dat alle, ook zelfs de geringfte krachten ontwikkelt, en de minste voordeden ten nutte aangewend worden, dan dat de eene of andere volksklasfe te veel arbeids op zich zoude neemen. Om kort te gaan: ieder is hier werkzaam, maar niemand werkt zoo veel, dat hij niet eenige uuren des daags tot een vrolijk genot des levens zoude affnipperen. De man die een millioen bezit, flijt vijf, zes, of zeven uuren daagsch op zijn comptoir. De timmerman, metzelaar, tuinier, arbeider in de fabrijken enz., Verdient deszelfs rijkelijk beftaan buitens huis, terwijl zijne vrouw een kommenei- of andere Winkel houdt, waarvan bij ons een leeglooper, onder den naam van koopman, bedacht zou wezen om met vrouw en kinderen lui en werkeloos te moeten leven. Wanneer de kinderen van gemeene lieden agt of tien jaaren bereikt hebben, worden deze, de uuren voor het fchoolgaan afgerekend, bereids bij de een' of ander fabrikant, ambachtsman, of andere kostwinning van dien aart, befteed, en aldus met kleine bezigheden

die

Sluiten