Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIER EN TWINTIGSTE BRIEF. 4<?«J

minften in vroeger tijden, in de Joodfche fijnagoogen gepleegd zijn. Het voorbeeld van den ongelukkigen uriel acosta zal alleen toereiken , om u hiervan te overtuigen.

Deez' ongelukkige man was, op het einde der zestiende eeuw in Portugal gebooren van Joodfche ouders, die uit dwang den Roomfchgezinden godsdienst hadden aangenomen. Hij zelve verviel in de pijnigendffe twiffelingcn aangaande de waarheid van den Christelijken godsdienst , boezemde dezelve mede in aan zijne moeder en beide broeders , nam met deze dc wijk na Amflerdam, en omhelsde daar, met zijne geheele fmiilie, het Joodsch geloof. Een wijsgerig vernuft, gelijk het zijne in de daad was, kon zich echter onmooglijk verbinden aan alle de zotternijen zijner nieuwe geloofsgenooten, en zo veel te minder, toen hij befpeurde, dat de meeste hunner gewoontens regelrecht tegen de Mofaifche wetten aandruischtcn. Hierover geraakte hij weldra in twist met de rabbijnen, en wierd van hen in den ban gedaan, 't welk ten gevolge haddc , dat zijne yrien, den , en zelfs zijne eigen zusters hem verlieten:, cn zijne vijanden hem verfoeiden. In dezen ongunstigen toeftand febreef hij eene verdeediging, en bewees daarin, dat de Joodfche gebruiken, even als de lecre der rabbijnen, Kk met

Sluiten