Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DRtETÊN TWINTIGSTE BRIEF. 501

denvriend in geenen deele. Hij hield zich overtuigd, dat de boeken van moses al te famen niets anders waren dan een zinrijk volksvertelzeltje ; dus achte hij niet langer der moeite waardig, om hunnent wille, zich in een vreemd land, welks taal hij niet verftond, aan zo veele on| aangenaamheden bloot te ftellen, en van zijnet vrienden en nabeftaanden afgefcheiden te moe-'

ten leven. Om kort te gaan hij keerde iai

den fchoot van het Joodendom terug. Doch een kleine neef, dien hij bij zich had genomen, klaagde hem eenigcn tijd daarna op nieuw aan, dat hij den fabbat niet heiligde, en over 't algemeen aan de wetten der Sijnagooge niet ge* hoorzaamde. Deze befchuldiging vulde den beker van zijn lijden tot aan den rand toe; want een zijner nabeftaanden, die tot deszelfs verzoening met de Joodfche kerk wel het meeste toegebragt hadde, meende nu , eershalven, verplicht te zijn , den hardnekkiger» acosta op het allerftrengfte te vervolgen. De overige Jooden hielden dit mede voor hunnen plicht; te meer, nadien hij twee Engelfchen, die te Amflerdam gekomen waren , met oogmerk om den Joodfchen godsdienst aan te neemen, dien ftap ten fterkften afgeraaden hadde.

Thans wierd hij gedagvaard voor den hooKk 2 gen

Sluiten