Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GASTHUIS. f

II. ONDERDEEL,

Van de natuurlyke en uitwendige deelen des Mans. T~\E Ballekens zyn in een beursken befloten , als -L/ een feer koflelyke faak ; en hier uit put de Natuur fonder ophouden de ftoffe, waar mede zydagelyks wonderheden uitwerkt in het voorttelen der Menfchen. Defe partyen zyn getuigen van de Mannelykheit en van de kragt ; en het was voormaals niet geoorlooft voorde Gerigtbank van Romen,tegensiemant getuigenis te geven, indien men daar van berooft was.

Vder Man heeft gemeenlyk twee Ballekens j indien het een befchadigt, verzwakt of gequeft is , fo kan het andere noch tot de voortteeling dienen en men vint 'er, die van natuur maar een hebben, als in Oude tyden de Syllas en de Cotten 3 doch de Natuur befluit in dit deel alleenig al de kragt , die in de twee wefen moeften.

Zy , die Drie of Vier hebben worden gemeenlyker gevonden , als die met een 5 en onfe Gefchiedenis Schryvers van de Geneeskonft hebben aangemerkt , dat 'er fchier geen Landen of Koningry]<en zyn , of ze verfchaften Gellachten , in welken men Mannen met drie ballekens heeft j maar defe genieten geen voordeel boven de eerfte , terwyl zy , in plaats vruchtbaarder te wefen , door de veelheid harer Teeldeelen , daar door te eerder machteloos worden , de kracht van de Kinderen te deelen in te vele deelen verdeelt zynde , om fterkte te hebben. Agathoelet., Koning van Sicilien , kende wel, dat het rneefte getal van ballekens het befte niet was^ tot de teeling, of fchoon dat hielp tot de heete drift, en tot het vermaak, en dat het veel beter was, ilegts een , of wel twee , als noch meer te hebben.

A 1 in.

Sluiten