Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 253 >

fte Zamfon, was ook met veele Vyanden orn> ringd; maar evenwel nam Hy de Deuren der' PoorteQk wil zeggen, die twee Houten des' Kru^jjes,) die de rechte Poorte is, tot hét' Hemelfche Paleis, en droeg die op den Berg-. Calmria. Zie Matth. 27. en Joh. 19. ,

De H. Auguftinus Meditat. Cap. 39. in Overdenking van het fmertelyke Kruisdragen ^ roept uit: Ziet O Heere! myne Misdaaden zyn over myn Hoofd gegaan, als eene fware Laft zynze my te fwaar geworden; en zoo Gy t met, wiens. Eigenfchap is, altyd zig te ontfermen en te verjchoonen, de Hand uwer Majefteit 'er onderlegt, zoo werd ik gedrongen erbarmelyk nedergedrukt te worden. O, myn'jV sü ! zekerlyk gaan wy verlooren , als gy niet helpt; maar uwe Barmbertigbeid laat zulks niet toe, na dien Gy U al vosr zoo veele Eeuwen hebt voorgefteld, om ons te redden, en uwe Hand onder ons te leggen. Ja , niet alleen bebt Gy uwe Hand 'er onder gelegt; maar ook het gantfche Lichaam aangeboden. Wie zal zig dan niet van gantfcher Harten voegen tot een gering Kruys, wanneer Hy zig daar door met U geheel-en-al vereenigt?

De Zalige Amandus of Henricus Sufo Dialog. Cap. q: leert: met welken Godt in het Harte, of met welken Hy zo innerlyk vereenigt is, dat het Kruys hem ligt te dragen voorKomt, die heeft geen Oorzaak van klagen Niemant ontfangt uit Hem meer ongewoone' Zoetigheid, als alleen die geene, welke met deszelfs, onaangenaamfte Bitterheid verzadigt is Want die geen klaagt 't meefte, over de Bitter-

Sluiten