Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

d e s K O N I N G S. 25

fchap tusfchen de Natie en haar Opperhoofd, .—' dit was het voornaamfte belang, waarom hij den Vader zijns Volks bidden moest. De wederkeerige yerklaaring des Konings, dat hij deze hoofdzaak nimmer uit het oog zou verliezen, deed op nieuw zijnen naam in zegening op aller tongen zweeven.

Het gerucht dezer zoo aanmerklijke gebeurdtenis had zich reeds zeer fchierlijk door de gantfche Stad verfpreid. De Meenigte verlangde getuige te zijn van eene verbroedering, welke de gefchiedenis van den dag ronduit fcheen te wederfpreken. Met moeite konde de Koning zich van eene Vergadering verwijderen, welke de oprechtfte wenfchen over zijne regeering uitboezemde. Een ftaatig Geleide maakte zich gereed, om hem tot aan zijn Palleis te verzeilen. Dezelfde Afgevaardigden uit de drie Standen, die reeds te vooren waren beftemd geweest, om hem de grieven der Natie te ontvouwen , fchaarden zich reeds in orde, om hem , door eenen plegtigen optogt, de eerbiedigfte hulde te beB 5 wijzen.

Plegtig Geleide des Konings naar zijn Palleis.

Sluiten