Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NATIONALE VERGADERING. 147

flapheid der Vergadering omtrend de handhaving van een grondbeginfel, hetgeen zij zelve met zoo veel wijsheid had aangenomen, dat 'er, naamlijk, geen heerfchende Godsdienst in den Staat zou*de wezen. Van daar het bevoorrecht beftaan eener Kerklijke Secte, nadat men reeds befloten had, om Kerk en Staat van eikanderen af te zonderen. Het gezag, 't is waar, en-de invloed van de hooge rangen der Geestlijkheid, het verbaazend inkomen, hetgeen dézen , van tijd tot tijd, hadden weten te bekomen, en waardoor zij de mindere rangen, de bijkans tot armoede vervallen Kerklijke Perfoonen, aan zich onderwierpen ; dit alles fcheen wel eene allerwezenlijkfte hervorming te behoeven. De geheele Kerk, van haar heilig oogmerk ten eenen maale verbasterd, riep wel om een volkomen herftel van alle, zoo meenigvuldige, wanftaltigheden. Een rijk, als het Franfche, aan den eenen kant, zoo dikwerf, door den invloed der Kerklijken geflingerd, doch welks geldwezen, aan de andere zijde, van de Geestlijke GoeK 2 der-

Sluiten