is toegevoegd aan uw favorieten.

Overleveringen der voorige eeuwen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het ZWARTE DAL. 231

beeld draaijen op nieua ! Rent gij die oogen,

Phdip?

guard. ó Wonder! Wonder!

ulr. ? „ ,

I'hil. S "edroS! Bedrog! Mathilde! Eene (tem uit het beeld. Broeder Ulrich! Ulrich greep den Monnik. Open mij de deur na het beeld — riep hij — of ik open u de deur des doods! Den fleutel! guard. Moord! Help! Help! ulr. Sterf, Koppelaar! Hij trok den dolk — Philip ontwrong hem denzelven. Beiden eischten den fleutel, de Monnik fchreeuwde den gantfchen tijd om hulp.

phil. Nadert gij, zo fchik ik ti ook ten duivel ! Den fleutel!

guard. Pater Jofeph! geleid den Ridder na het eerde venster aan den omgang — hij wenkte hem eenige maaien met de oogen — daar is de deur na het beeld, hier de fleutel —ulr. Mij! ik wil heen! phil. Neen ik! — Broeder, ik wil haar verlosfen — mij den fleutel, met Mathilde zier gij mij weder! — Hij rukte den fleutel uit des Guardiaans handen, en trok Pater Jofeph me! zich voort: Kom, Vader — dus fprak hii — nu willen wij de traanen der onfchuld droogen.

Ulrich had den Guardiaan ter aarde geworpen , en hield hem vast onder. Nanuw'üks keerde Philip zich om, of de Monnik trok heimelijk eenen 9- 3 dolk