is toegevoegd aan uw favorieten.

Romeinsche geschiedenissen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IV.

BOEK XI HOOFDST.

J. voor C

171. J. van R

581.

80 romeinsche

worden , het welk zij daarna openlijk aan het Volk voorftelden. Dit voorftel werd eenpaarig aangenomen ; de Prcetor licinius riep den Raad tot de benoeming van eenen Rechter in de zaak der Liguriërs te zamen en werd zelf daartoe aangefteld. ( 1).

De Confuls vertrokken thands , doch popillius durfdeniet te rug komen, uit vreeze voor zijne verdeediging bij eenen getergden Raad, vooringenomen Volk, en eenen Prator , die zelf de benoeming eenes Rechters had voorgefteld. Dezelfde Gemeensmannen lieten hem aanzeggen , dat zij, indien hij voor de helft van flachtmaand niet te Rome was, in zijn afzijn eifch ter veroordeeling tegen hem zouden doen. Hier door gedwongen , kwam hij weder en werd met den uiterften afkeer in den Raad ontvangen , die nu terftond het befluit hernieuwde, om alle de Liguriërs, die na het Confulfchap van q. fulvius en l. manlius geene vijandlijkheden gepleegd hadden , in vrijheid te Hellen , en hun het land aan

ge-

(1) Liv. L. XLII. 21.